Persoonlijk kom ik nog niet zo heel lang in 't Plein.
Hooguit een jaar of vijftien. Toch kan ik zeggen dat ik in die korte
tijd heel wat heb geleerd in mijn stamkroeg. Ik ben mondeling
aanzienlijk vaardiger geworden, ontdek een duidelijke versterking in
mijn rechterarm, heb de draagkracht van een wc-bril leren kennen, weet
dat als iemand kipfilet besteld ook echt kipfilet bedoeld en zo vele
belangrijke zaken meer.
Over het algemeen kan ik zeggen dat het personeel, inclusief Jaap en
Petra zelf, erg vriendelijke en gastvrije mensen zijn. Altijd een hun
woordje klaar voor iedereen en een luisterend oor waar nodig. In ieder
geval is er voor iedereen een vriendelijk 'hallo' gereserveerd. Nou
ja, voor iedereen...? Graag zou ik willen dat dit ook voor mij geldt.
Maar helaas ben ik de uitzondering op de regel. Voor mij is, zelfs na
al die jaren van trouw bezoek, geen goedemiddag of hallo weggelegd.
Ter verduidelijking, even een situatieschets.
Na een middag van hard werken zit je, met een 'leren lap' in je mond,
in de auto op weg naar huis. "Aah", denk je dan. "Even naar 't Plein
voor een overheerlijke cola." Even die alledaagse sleur van je af
gooien. De hele dag moet je van die vreselijk interessante verhalen en
discussies aanhoren, verteld door al die intelligente collega's van
je. Wat is nu op zo'n moment lekkerder dan even slap 'ouwehoeren' aan
de bar in je stamkroeg? Precies!
Je parkeert je auto aan de Kromme Elleboog, zet de motor af en loopt
naar de parkeermeter. Natuurlijk, je hebt weer eens geen kleingeld op
zak. Dan maar geen kaartje kopen. Je doet je auto op slot en loopt
richting 't Plein. Al snel komt de heerlijke geur van verse
pannenkoeken je tegemoet.
Vol goede moed stap je naar binnen, roept "goedemiddag" en neemt
plaats aan de bar. Bengel is aan het werk en ziet dat ik ga zitten. Nu
verwacht je een vriendelijk "goedemiddag". Helaas… "Hé ouwe rukker,
hoe is't?" Aangezien je je altijd netjes gedraagt, is het totaal
onbegrijpelijk waarom iemand je ouwe rukker noemt. Maar je laat je
niet kisten en antwoord uit volle borst: "Hé ouwe keeshond".
Aan de bar staat alweer een best "vluttie" volk. Onder hen natuurlijk,
zoals altijd, een aantal 'prominente kopstukken' uit de Meppeler
samenleving. Maar, je kan zeggen wat je wilt, zonder deze barleden
zouden de dagelijkse discussies aanzienlijk minder interessant zijn.
En neem van mij aan, een discussie komt er al snel. (Misschien is het
woord discussie niet op zijn plaats, maar praten we liever over
debatten).
Vol goede moed en overtuiging, verdedigt barlid nummer 1 zijn
stelling: nooddeuren in een horecagelegenheid zijn totale onzin! Als
iemand erge dorst heeft, kan hij ook door de gewone ingang wel naar
binnen komen. Als geslachtsrijpe haviken in de paringstijd, duiken
vijf andere barleden boven op deze, in hun ogen, belachelijke
stelling.
Na vijf minuten discussiëren zijn we, vanaf de nooddeuren, wat vee
gaan ruimen bij een boer in De Belt waar men protesteert tegen de
euro, om vervolgens via een rondje rond de kerk aan te belanden bij de
grasmat van de Amsterdam 'Arena'. Daar komen we op het eindpunt van
mijn kennis en bereiken we de bodem van het flesje cola. Geestelijk
totaal uitgeput van de heerlijke, maar zware discussies rekenen we af
en stappen weer naar buiten. Aangekomen bij de auto trekken we een
roze reclamefolder onder de ruitenwissers vandaan, om vervolgens vol
goede moed morgen nog maar eens terug te komen in dat heerlijke café.
Met vriendelijke groet,
"Een ouwe rukker".
|