| |
 |
|
Pret in 't Plein
|
|
Een korte maar heftige soop door Leo Uller
|
Locatie: Herberg 't Plein
Acteurs: Pleinwerkers, Pleingangers, boze buurmannen, aanwaaiers en
vele speciale gasten
|
 |
Najaar 2001...
In de meeste bedrijven is er regelmatig overleg met de medewerkers. Zo
ook in Herberg 't Plein. Als groot opperhoofd zit Jaap de vergadering
voor. Het eerste half uur is voor een terugblik, het tweede voor een
vooruitblik. Na een inleidend praatje door Jaap volgt direct een
pauze. Na deze onderbreking, waarbij de drankjes rijkelijk vloeien,
mag iedereen zijn of haar zegje doen. Dan komen de tongen goed los.
Ideeën, zinnige en onzinnige opmerkingen, irritaties en lieve woordjes
vliegen over de tafel. Voor Jaap een hele klus om alles in goede banen
te leiden. Als een volleerd secretaresse schrijft Petra zich de
vingers blauw om alles genoteerd te krijgen. Een hele klus om uit deze
kakofonie van geluiden de juiste informatie te filteren.
"Dames en heren van 't Plein, het is weer zover. We zitten hier tesaam
voor ons periodiek overleg. Om te beginnen de gebruikelijke terugblik.
Dat hoef je niet op te schrijven Petra," zegt Jaap, "da's onzinnig.”
Petra begint direct heftig met een pot tipp-ex te kliederen.
Stilletjes en vol verwachting kijken de aanwezigen naar Jaap. "Zoals
ik dus al zei, een terugblik. November was alweer de elfde maand van
dit jaar." Bengel begint spontaan op z'n vingers te tellen. "Klopt als
een bus," roept hij verrukt, "want elf ligt tussen tien en twaalf."
Met een droevig gezicht kijkt Jaap naar Petra. "Ook dát hoef je niet
te noteren." "Weet ik heus wel hoor," zegt ze, "wij kennen toch geen
dertiende maand." Bengel begint opnieuw te tellen. De vraagtekens zijn
van z'n gezicht te lezen.
"Jongelui," gaat Jaap verder, "ik wou het es even over onze wepsait
hebben. We trekken heel wat bezoekers maar ik begin meer en meer te
twijfelen over de inhoud. Het niveau daalt aanzienlijk. "Da's waar,"
roept Manuel direct. "Die zogenaamde wepmaster van ons steekt altijd
de gek aan met mij. Elke keer moet 'ie mij hebben. En altijd van die
onzinnige grapjes. Daar baal ik van!" "Ach jongen, zeur niet zo," zegt
Sprokkel, "hoe vaak ben ik niet voor de gek gezet. Denk maar eens aan
Stan Laurel." "Jongens, jongens," komt
Jaap tussendoor, "doe es rustig. Volgens mij valt dát nog wel mee." Op
dat moment klinkt een hoop lawaai en horen ze de deur open gaan.
Iedereen kijkt vol verwachting wie daar aan komt want 't Plein is nog
niet geopend. Een hoop gestommel en gepiep is hoorbaar vanachter het
dikke gordijn. Dan klinkt een hoog stemmetje, een beetje benauwd: "He
lui, help me eens even. Ik zit vast." Jaap sprint naar voren. De rest
van de meute komt nieuwsgierig kijken. "Hé kijk daar us," gilt Elsbeth
met overslaande stem. "Is dat niet…"
|
|
|
Een nors kijkende man staat in de deuropening. Aan
zijn grote handen bungelt een vreemd uitziend kereltje. Het jochie, of
wat er op moet lijken althans, gilt als een mager speenvarken. "La me
los, la me los." De man lijkt evenwel niet van plan om de
schreeuwlelijk te laten gaan. "Maar buurman toch," zegt Jaap met
gefronste wenkbrauwen, "wat is dát nu weer?" De zware stem van de boze
buurman doet iedereen sidderen. "Deze
apenkop heb ik op heterdaad betrapt. Hij struinde bij mij door de
slagerij. Al m'n leverworsten zijn aangevroten. Hij zag ze
waarschijnlijk voor bananen aan. M'n vrouw is zich 't apezuur
geschrokken. Het goeie mens is helemaal van slag!"
Iedereen staat nu vol verbazing te kijken. Elsbeth is de eerste die
weer wat zegt: "Dat eh, die lijkt wel op P… P… Pieter!" Het laatste
woord komt er met veel gestotter uit. "Juist! Dat dacht ik óók!" gaat
de buurman verder. "Hèt lijkt sprekend op die belhamel die hier
werkt." Allemaal richten ze hun blik op Pieter. Het kleine kereltje
ook. Met grote ogen bekijkt hij Pieter van top tot teen. Dan, eerst
zachtjes maar daarna luid: "Papa…? PAPA!!" Pieter hééft het niet meer.
Met een rood hoofd staat hij wat te plukken aan zijn kin. "Eh… kom nu
eerst maar us binnen buurman," zegt Jaap. "Volgens mij is dit één
groot misverstand." De boze buurman stapt verder en sleurt het kleine
ding achter zich aan. Met een wijde boog plant hij het hevig
spartelende kereltje op een barkruk. "Hier," brult hij, "en waag het
niet om 'm te smeren. Anders maak ik gehakt van je!"
Manuel doet voorzichtig een stap naar voren. Dan begint hij
onbedaarlijk te lachen. Even later biggelen de tranen over zijn
wangen. "Het lijkt écht op Pieter, weet je wel? Ook al zo'n vreemde
grijns op z'n kop." Pieter kijkt nu als een boer met kiespijn. "Ik
voel me niet goed, ik moet effe zitten," klinkt het zachtjes uit zijn
mond. Manuel ligt inmiddels schuddebuikend op de grond. Hij blijft
maar gieren. "Zie nu dan toch. Het is toch precies onze Pieter, in
mini uitvoering!" Met gebogen schouders sjokt Pieter naar een stoel en
ploft neer. Met holle ogen kijkt hij in 't rond. "Dit kan niet. Dit
kán niet," klinkt het zachtjes uit zijn mond. "Geef die jongen een
glasie watur," roept Bengel nu. "Zie je dan niet dat 'ie helemaal van
slag is? Of misschien beter, geef hem een pils. Dat werkt altijd… bij
mij in ieder geval wel." Het kleine kereltje zit nog steeds op de
barkruk en staart naar Pieter. Onophoudelijk jammert hij: "Papa,
Papa." Nienke loopt naar hem toe. "Ach..," zegt ze, "wat is dat nu
ventje." En tegen Elsbeth: "Maar 't is wél een schatje hè?"
Petra is ondertussen naar Pieter gelopen. Vol medelijden aait ze hem
over zijn bol. "Vertel me eens," fluistert ze zachtjes, "is dat
écht…."
|
|
|
"Stop… STOP!!" schreeuwt Jaap opeens. "Waar zijn
jullie nu toch allemaal mee bezig? 't Lijkt hier wel een gekkenhuis
zeg! Ik meen dat we aan 't vergaderen waren." Met een vragend gezicht
kijkt Petra van Jaap naar Pieter en weer terug. "Ja maar, ik wou
alleen maar weten of dat kleine jochie écht van Pieter is." "Kan me
niet schelen!" schreeuwt Jaap nu met een knalrood hoofd. "Om mijn part
is het de nieuwe knuffel van Nienke." Nu is het de beurt aan Nienke om
een rood hoofd te krijgen. Haar ogen lijken vuur te spuwen. "Wou jij
beweren dat dát mormel van mij is?" sist ze met scherpe tong. "Hó nou
jongens," komt Petra tussen beide. "Laten we mekaar nu niet de kop gek
maken, da's nergens voor nodig." Buurman slager steekt voorzichtig een
vinger op. "Mag ik nog wat zeggen? Ik zit hier met de gebakken peren.
Mijn leverworsten zijn aangevroten. Die kan ik toch niet meer
verkopen?"
Op dat moment zwaait de deur weer open. "Hé keuteltie, zit 'ie hier?"
klinkt het luid. Een grote lange man komt binnenstappen. Wijdbeens
blijft hij voor de barkruk staan waarop het kleine mannetje zit. "Keerltien
toch, wat hej mi laoten schrikk'n zeg! 'k Heb de hele buurt affezocht
ja…" Het rumoer is plotseling alom. Opgewonden stemmen klinken door
elkaar. "Meneer Schieving?" zegt Hanneke dan voorzichtig. "Is eh, is
dat ventje van u?" "Jasekur mien kiend," klinkt het weer in onvervalst
Nederlands. "Da's mien keuteltie, da's Wicher junior. Knap ventie hè?"
Jaap slaat zich met beide handen op zijn hoofd. "Ik word gek. Ik word
hier hartstikke gek," zegt hij met overslaande stem. "Wat een
ballentent zeg! De ene keer is het Stan Laurel die hier de boel op z'n
kop zet, dan komt buurman slager binnen vliegen samen met een apenkop
en nu weer Wicher op zoek naar z'n verloren zoon..." "Hé fopneuse,"
onderbreekt Wicher hem met harde stem, "Wie denk 'ie wel daj bint.
Da's mien seune, strakkies mien opvolger! Hoe duur 'ie hum een
aap'nkop te neumen." Zonder er erg in te hebben begint Jaap heftig
over z'n neus te wrijven. "Nou ja, zo bedoel ik het nu ook weer niet.
Ik bedoel eh…" Een forse klap doet hem bijna omver tuimelen. "Ach laot
ook maor, ik bin allang bliede dat 'ie weer terogge is," zegt Wicher
opgewonden. Het schouderklopje kwam wat harder aan dan de bedoeling
was. Met een pijnlijk gezicht doet Jaap een stap naar achteren. "Oké
luitjes," zegt Petra dan, "iedereen weer gelukkig? Alles is toch weer
op z'n pootjes terechtgekomen niet?"
"Laten we daar op drinken," klinkt het spontaan uit de mond van
Bengel. "Iedereen een pilsje?" Zonder antwoord af te wachten begint
hij een serie glazen te vullen. "Ja maar… mijn worsten dan?" Buurman
slager kijkt vragend rond. "Ach gehaktballe, zeur niet zo," zegt
Wicher. "Kom wij gaot hier weg enne… die twee worsies van oe, daor lig
'ie toch niet wakker van hè?" Met zijn grote armen tilt hij het
kereltje van de barkruk en duwt daarna de heftig protesterende slager
voor zich uit naar buiten. "Groet'n allemaole," klinkt het nog
vanachter de deur.
Overgelukkig dat alles weer een beetje normaal lijkt te zijn begint
Jaap in zijn handen te klappen. "Kom jongens, we hebben nog drie
kwartier. We zijn nog niet klaar met vergaderen." Met enige tegenzin
schuifelt iedereen weer naar de tafel. Bengel sjouwt zich het zweet
uit de broek om al de gevulde glazen mee te nemen. "Ben ik de enige
hier die drinkt?" Niemand schenkt ook maar enige aandacht aan hem.
"Goed, het belangrijkste punt kunnen we nog net bespreken," zegt Jaap.
"Aan Jos, Jarrisch en Bengel, onze drie Musketiers, heb ik gevraagd om
een mooie kerstkaart te ontwerpen. Een kerstkaart van 't Plein voor al
onze klanten." Triomfantelijk kijkt hij naar het drietal. "En? Hoe
staat het er mee, is het gelukt jongens?" Schoorvoetend overhandigd
Jos een grote envelop aan Jaap. "Eh ja, we hebben een foto laten maken
van ons drieën. Wel aardig gelukt, dat wil zeggen… wat mij en Jarrisch
betreft. Alleen Bengel had wat moeite met het pak…" Vol verwachting
opent Jaap de envelop. Na het bekijken van de
kerstkaart slaakt hij een diepe
zucht. Zijn eerst zo opgewekte gezicht is nu een en al treurigheid.
"Wat een ballentent…"
|
|
|
"Ben je gék geworden of zo? Ik heb het al hartstikke
druk en dan kom jij met zo'n vraag. Nee, ik doe het niet!" Daniëlle
beent met grote passen door de keuken. "Ja maar, jij bent toch onze
kok?" zegt Bengel met een zacht stemmetje. "En het is bijna zover.
Over een paar dagen is het oudejaarsdag." Met het hoofd een beetje
schuin en z'n meest innemende glimlach gaat hij verder: "Alsjeblieft
Daniëlle, lief kokkie van mij, help me dan toch..." Met een groots
gebaar grijpt Daniëlle naar de dichtstbijzijnde koekenpan. "Als je nu
niet als de sodemieter uit mijn keuken verdwijnt, dan zal ik je
hoogstpersoonlijk en met enorm veel plezier een handje helpen." De
koekenpan zwaait nu rakelings langs zijn hoofd. "Niet doen, ik ga al,"
schreeuwt Bengel terwijl hij in grote haast een veilig heenkomen zoekt
op weg naar de deur.
In het café is het rustig. Een klant hangt een beetje verveeld aan de
bar. Jos is op zijn manier erg druk met het poetsen van een glas. Als
Bengel met vliegende vaart komt binnenzeilen kijkt hij op. "Wat is er
met jou aan de hand? Het lijkt alsof je klappen hebt gehad." Bengel
schuift snel achter de bar. "Jeetje man, ik vroeg haar alleen maar of
ze misschien een stapeltje van die bobbels zou willen bakken. Voor het
oudejaarsfeest weet je wel?" Jos kijkt hem lodderig aan. "Bobbels?
Waar heb je het over?" Met schichtige ogen kijkt Bengel naar de
keukendeur en dan weer naar Jos. "Ik bedoel oliebollen, je weet wel.
Van die dingen met krenten en zo…" De man aan de bar kijkt nu ook op.
"Ja joh, oliebollen… die zijn best lekker." Zonder de man ook maar een
blik waardig te gunnen gaat Bengel gehaast verder: "Ons grote
oudejaarsfeest, daar horen toch oliebollen bij. Nou, Daniëlle wil ze
niet maken. Op haar manier heeft ze het veel te druk." De eerst zo
onbewogen man schuift nu wat heen en weer op z'n kruk. "Ja joh, 't
zijn drukke tijden." Nu kijken zowel Jos als Bengel naar de man. "Wie
is dat," fluistert Bengel. "Ik heb geen idee," zegt Jos nu ook
fluisterend, "hij hangt hier al de hele morgen aan de bar. 'k Word
hartstikke zenuwachtig van die man."
Op dat moment stapt Jarrisch naar binnen. "He ho lui, alles kits
achter de rits?" klinkt het opgewekt. Er volgt geen antwoord. "Nou,
gezellige boel hier." De onbekende man neemt Jarrisch van top tot teen
op. "Ja joh, gezellig hier," klinkt het somber. "Nou, vertel op, wat
is er aan het handje," gaat Jarrisch verder, "jullie kijken alsof…"
Voordat hij zijn zin kan afmaken duwt Bengel zijn collega's naar een
tafeltje aan het raam. "We hebben een probleem," zegt hij op gedempte
toon. "Ik had Jaap willen verrassen om voor het oudejaarsfeest een
hele stapel bobbels te laten maken." Nu is het de beurt aan Jarrisch
om vragend te kijken. "Ja joh, hij heb ut over oliebollen," klinkt het
uit de verte. De grote onbekende nipt eens aan zijn glaasje. "Let maar
niet op hem, da's zomaar een aanwaaier," zegt Jos. "Ja joh,
aanwaaien," klinkt het weer. "Doe d'r nog maar een laagje op." Wanneer
Jos het glaasje van de man heeft bijgevuld, schuift hij weer snel aan
tafel. Bengel gaat verder: "We moeten wat bedenken jongens, we zullen
en moeten bobbels hebben en liefst zoveel mogelijk. Zonder bobbels
geen oudejaarsfeest!" Zijn beide collega's knikken instemmend. "Ik heb
een plannetje," zegt Bengel op geheimzinnige toon, "we gaan ze zélf
maken! Wij drieën!" Met een gezicht vol ongeloof kijkt Jarrisch naar
Bengel. "Ben je niet goed wijs? Ik weet niet eens hoe dat moet." Jos
vult aan: "Ik ook niet hoor, zoiets heb ik nog nooit gedaan." Bengel
frummelt wat aan het tafelkleedje. "Ik weet het wel. Tenminste, ik heb
wel us gelezen hoe dat moet. Volgens mij hartstikke simpel."
Triomfantelijk kijkt hij in het rond. "Nou? Doen jullie mee?" Jos en
Jarrisch kijken elkaar aan. "Ach," zegt Jos dan, "ze noemen ons niet
voor niets de Drie Musketiers toch?" "Zo is dat," zegt Jarrisch. En
dan, met luide stem: "Eén voor allen, allen voor één!" Aan de bar
klinkt een gemompel. "Ja joh, doe mij d'r ook nog maar een…"
Diezelfde avond, al ver na sluitingstijd, bewegen zich drie schimmen
in het domein van Daniëlle. In een enorme pan ligt een eveneens enorme
bult deeg te blubberen. "Volgens mij heb je er wat teveel gist in
gekwakt," zegt Jos terwijl hij voorzichtig met een vinger in het deeg
prikt. "Kijk, het spul trilt helemaal." Met een deskundige blik roert
Bengel met beide handen door de deegblubber. Het taaie deeg blijft
hardnekkig aan z'n handen kleven. "Geen nood," zegt hij vol
overtuiging, "tijd voor mijn geheime wapen!" Jarrisch schudt zijn
hoofd. "Ja dat ken ik. Het verhaal van de bengelkoeken ligt nog vers
in m'n geheugen." Met de klieder nog aan z'n handen vliegt Bengel het
donkere café in. Even later komt hij weer binnenstappen. "Kijk, dit is
m'n geheime wapen: Cognac!" Een grote scheut verdwijnt in de pan.
"Weet je wel wat je doet man?" zegt Jos terwijl hij in de pan kijkt.
"Smaakt dat wel?" Bengel grijpt weer naar de fles. "Ja, nu je het
zegt. Er kan nog wel wat bij." De daad bij het woord voegend kiepert
hij de hele fles leeg boven de pan. "Zo, dat wordt smullen, reken
maar!"
Een uurtje later is het een dikke puinhoop in de keuken. Overal liggen
kledders deeg op de grond en druipt de olie van het fornuis. De drie
knapen zijn amper meer herkenbaar. Zo ver je kunt kijken is het
allemaal deeg. "Weet je zeker dat we er eerst balletjes van moeten
draaien?" vraagt Jarrisch terwijl hij een klont deeg uit z'n haar
probeert te pulken. "Doe nu maar wat ik je gezegd heb, dan komt alles
goed," zegt Bengel. "Kijk nu toch," gilt Jos, "het lijken wel
stuiterballen." Als een jongleur in opleiding gooit hij een serie
deegballen in de lucht. Enkele blijven spontaan aan het plafond
bungelen. De rest maakt wilde sprongen op de keukenvloer.
Op het moment dat het eerste ochtendlicht voorzichtig door de ramen
valt, zijn de jongens klaar. Honderden bruinzwarte bolletjes liggen op
grote schalen te dampen. "Ze zijn wel wat klein hè?" zegt Jos vragend.
"Ook wel een beetje hard," beaamt Jarrisch. "Jongens, dat maakt niks
uit," zegt Bengel, "klein maar fijn moet je maar denken." Met een
gelukzalige blik snuift hij de geur op. "Tof! Dit wordt het he-le-maal…!"
En dan triomfantelijk: "Mag ik u voorstellen: de Bengelbol." De beide
J's kijken elkaar eens aan. Met een vermoeid gezicht zegt Jos: "Nou,
ik denk eerder aan een Bengelbal…"
|
|
|
"Kijk nu toch wat jullie gedaan hebben, ze is
flauwgevallen." Jaap springt als een bezetene door het café. Drie
aangeslagen figuren staan rondom Petra gebogen die languit op de grond
ligt. Daniëlle staat dreigend op de achtergrond. "Als Jaap klaar is
met jullie, zal ik het feest afmaken!" sist ze. Een enorme deegrol
zwaait boven haar hoofd. "Mijn keuken, mijn stekkie, helemaal
geruïneerd. En dat voor een paar stomme oliebollen." Jos, Jarrisch en
Bengel staan beteuterd te kijken. "Ja maar… ik dacht… eh…," stamelt
Bengel. "Niks te denken," brult Jaap, "jullie zijn een stel
oelewappers, een zootje mafkeze…." Dan slaat Petra de ogen open. "Wabennik?
Wa's gebeurd?" klinkt het stotterend. "Och mijn lieve schattebout,
mijn wijfie, mijn eh…," piept Jaap terwijl hij in drie sprongen bij
zijn Petra is. "Lieve schat, je bent flauwgevallen. Is alles goed?"
Voorzichtig tilt hij Petra op. "Schiet op, haal een glaasie water,"
roept hij venijnig naar het drietal. Bengel is de eerste die in
beweging komt. Met een grote boog trippelt hij om Daniëlle heen. Petra
is ondertussen weer redelijk bij haar positieven. "Laat dat water maar
zitten, ik heb meer behoefte aan een borrel." Jaap is nu wat rustiger.
"Oké oké, het is gebeurd. Laten we als de sodemieter Daniëlle helpen
om de boel aan kant te maken." Bengel en de twee J's vliegen met grote
vaart richting keuken. Daniëlle volgt ze op de voet.
De deur gaat open. Met een grote glimlach op z'n gezicht stapt Manuel
naar binnen. In zijn kielzog Nienke. "Kijk eens wat deze lieve leukerd
heeft gedaan?" roept ze met hoge stem, "hij hep oliebollen gemaakt!"
Manuel zet een grote doos op de bar. De lucht van vers gebakken
oliebollen vult het café. Voorzichtig kijkt Petra in de doos. "Och
lieve, lieve Manuel… je bent een schat. Een reddende engel!" Jaap
kijkt nu verontwaardigd naar zijn eega. "Ho ho zeg, zo spontaan hoeft
het nu óók weer niet." Petra schijnt hem niet te horen. "Wat een lieve
doedel ben je toch Manuel. Hoe kom je hier nu aan?" Manuel staat te
wippen van zijn linker op zijn rechter been. "Hij hep ze zelf
gemaakt," jubelt Nienke dan. "Hij wilde ons verrassen! Wat een toffe
peer hè?" Met een mompelend 'dankjewel' tilt Jaap de doos op en loopt
richting keuken. "Beste jongen," gaat Petra verder, "hiermee is de
avond gered. Het grote oudejaarsfeest kan doorgaan!"
Die avond is het hartstikke druk in 't Plein. Honderden gasten
bevolken het gezellig ingerichte café. De ene keer brullen ze
gezamenlijk mee met een bekend lied, de andere keer gaat de hele meute
in polonaise door het hele pand. Net even voor twaalven is het
doodstil. Jaap en Petra klimmen op de bar en samen tellen ze af:
"Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, éééén!
Gelukkig nieuwjaar!" Het lawaai is oorverdovend. Alle gasten vliegen
elkaar om de hals. "En een hoeraatje voor Manuel," brult Jaap, "hier
zijn de oliebollen!" Terwijl Bengel en de beide J's de champagneglazen
vullen, probeert Nienke de oliebollen uit te delen. "En ze smaken
beter dan die Bengelballen hoor…"
Heel laat die nacht zitten de Pleinwerkers uitgeput aan een tafeltje.
De laatste gast is net zingend naar huis gegaan. "Jongens, dit was
weer geweldig," zegt Jaap met hese stem. "Dit was een tof feest!"
Petra knikt bevestigend. "Op het nieuwe jaar." De glazen worden
nogmaals geheven.
Net voordat Jaap de lichten wil uitdoen, komt Bengel voorzichtig naar
hem toegestapt. "Eh Jaap, ik heb nog een vraagje," klinkt het
bescheiden. "Heel veel klanten betaalden al met de euro." Met een
gelukzalig gezicht kijkt Jaap naar Bengel. "Nou, da's toch prima, het
is immers 2002." Bengel gaat zachtjes verder: "Ja dat weet ik wel.
Maar volgens mij klopt er iets niet. Ik denk dat het valse euro's
zijn…" Voorzichtig haalt hij enkele biljetten uit de kassa. "Kijk,
deze zien er wel heel vreemd uit!" Breed lachend slaat Jaap hem op de
schouder. "Nee, beste jongen. Die heb ik speciaal laten maken. Dat is
een hele bijzondere euro. De Plein euro, of beter gezegd: de
Pleuro!"
|
|
|
Met donderend geweld komt Jaap naar beneden en vliegt
het café in. "Bengel, Béngel, luister!" Op dat moment schuift Bengel
wat heen en weer tegen de bar. Hij is in een geanimeerd gesprek met
een aantrekkelijke blonde jonge vrouw. Ze is op dat moment de enige
gast in het café. Verschrikt kijken beiden richting de aanstormende
Jaap. "Bengel? Heet jij Bengel?" giechelt de vrouw met een vragend
gezicht. "Had die vader van jou soms een borrel op toen hij je
aangaf?" Jaap knikt snel naar de vrouw. "Helemaal goed, wat betreft
die naam dan," zegt hij. "Luister Bengel, bij de post van vorige week
zat een belangrijke brief. Deze week kunnen we een inspecteur
verwachten. Die komt hier de boel beoordelen, kijken of alles wel
volgens de regeltjes gaat." Met een verontwaardigd gezicht kijkt
Bengel naar de opgewonden Jaap. "Nou, is dat zo bijzonder dan?" "Tuurlijk,
tuurlijk!" piept Jaap nu, "da's hartstikke belangrijk man! Het gaat om
onze vergunning en zo. Zo'n inspecteur komt altijd innekogg, inokogie…"
De jonge vrouw mengt zich in het gesprek. "Incognito," verbetert zij
Jaap. "Juist, dat is het," zegt Jaap. "Maar waarom lees jij de post
dan niet wat vaker," zegt Bengel. "Die snuiter kan dus elk moment
komen binnenstappen. Mooie boel hoor!" Jaap holt nu heen en weer door
het café. "We moeten als de sodemieter aan de slag! Keuken
schoonmaken, toiletten ook. Ramen lappen, nieuwe kleedjes op de
tafels, de hele boel moet aan kant." Met heftige zwaaibewegingen stapt
hij rond. "Kom op joh, aan de slag! Bel snel naar Nienke, Elsbeth
enne.. ook Manuel en Jarrisch en Jos en kijk maar wie er allemaal
zijn. Ze móeten helpen. Nu direct!" De dame aan de bar giechelt weer.
"Spannende toestanden hè?"
Al snel wordt het drukker in het café. Enkele vaste gasten schuiven
aan een tafel voor een kopje koffie. Kort na elkaar komen ook Manuel,
Nienke en Elsbeth naar binnen. "Jarrisch komt wat later," zegt
Elsbeth, "hij is op pad om iets speciaals te verkopen." "Toch niet
zo'n stom klokkie hè?" zegt Nienke, "dat ding loopt voor geen meter."
Jaap roept z'n mensen bij elkaar en legt de situatie uit. "We moeten
zo snel mogelijk aan de slag. Deze toko moet vanmorgen nog blinken als
nooit tevoren!"
Bengel hangt ondertussen nog steeds aan de telefoon. "Wat doe jij nu?"
roept Jaap. "Och, ik bestel hier en daar wat leuke dingetjes. Om de
zaak een beetje aan te kleden, weet je wel." Jaap kijkt hem met
opgetrokken wenkbrauwen aan. "Nou goed dan, als het maar werkt."
"Mag ik nog een kopje koffie?" vraagt de blonde dame aan de bar. "Eh
jawel hoor," antwoordt Bengel afwezig, "maar effe geduld, we hebben nu
een noodsituatie." Nienke en Elsbeth vliegen met grote vaart naar
buiten. "Wij gaan de ramen lappen," roept Nienke terwijl ze een grote
trap meezeult. Manuel is op zijn manier erg druk om alle glazen en
kopjes in het gelid te zetten. "Waar ben jij nu mee bezig," schreeuwt
Jaap met overslaande stem, "doe wat zinnigs, ga om mijn part de
toiletten schoonmaken of zo." "Niet nodig," zegt Bengel, "daar heb ik
al wat voor geregeld." Op dat moment stappen zes potig uitziende
vrouwen naar binnen. Allerlei schoonmaakartikelen worden her en der op
de tafels gekwakt. De geschrokken gasten kunnen nog net op tijd hun
koffie in veiligheid brengen. "Zijn wij hier op 't goeie adres? Is dit
het beruchte café dat es een goeie beurt moet hebben? Of ben jij dat
soms jochie?" zegt de grootste van het zestal. "Wiebennu? Wakommudoen?"
stottert Jaap verbouwereerd. "Het is wel goed Jaap," roept Bengel
vanachter de bar. "Dat zijn de dames van het schoonmaakbedrijf. Heb ik
effe geregeld." Zonder verder ook maar een antwoord af te wachten
pakken de vrouwen hun attributen weer op en vliegen elk naar een hoek
van het café. "Wij redden ons wel jochie," klinkt het nog. "Wij maken
van een varkensstal nog een hotel, nietwaar meiden?"
"Mag ik dan nu misschien mijn kopje koffie," probeert de blonde dame
weer. Zonder naar haar te luisteren vliegt Bengel naar de deur om deze
open te houden. "Hallo luitjes, hier ben ik dan met de bestelling."
Met een grote grijns op zijn gezicht schuift slager Braamskamp twee
enorme dozen naar binnen. "Ik heb het grootste varken maar genomen.
Een echte joekel!" Jaap sprint naar voren. "Heeft Bengel dat weer
geregeld soms?" Zijn stem klinkt nu erg hees. "Jawel knapie, dit zijn
de mooiste karbonades van heel Meppel. Speciaal voor jou. Een hele
stapel hoor!" Jaap kijkt naar de dozen en met nog hesere stem klinkt
het: "Mán, daar doe ik wel drie weken mee! Da's voor een heel
weeshuis!" Braamskamp beent weer weg. "Ik stuur de rekening wel,"
klinkt het van buiten.
Een hels kabaal vult dan opeens de hele ruimte. Drie mannen in witte
pakken proberen uit alle macht een grote steiger het café in te
schuiven. Een vierde man heeft aan beide armen twee potten verf
bungelen. "Waar motte we beginnen, maar met het plafond?" Jaap weet
niet meer wat hem allemaal overkomt. "Bengel? Jij?" Vol trots kijkt
Bengel hem aan. "Jes seur. Heb ik geregeld."
Een klein mannetje stapt voorzichtig naar binnen. Hij draagt een lange
zwarte jas en een hoed die hem veel te groot lijkt. Zonder op of om te
kijken gaat hij aan een tafeltje bij het raam zitten. Alleen zijn jas
hangt hij aan de kapstok. De hoed bungelt wat heen en weer op z'n
oren. "Dat is um, dat is um!" sist Jaap naar Bengel. "Da's vast die
inspecteur!" Bengel kijkt geschrokken. "Ik denk het ook." In zijn stem
is de spanning duidelijk te merken.
|
|
|
"Haal al dat volk hier weg!" sist Jaap richting
Bengel. "Ooooh, ik word gék… wát een toestand!" Met beide handen plukt
hij aan het weinige haar op z'n hoofd. Manuel is ondertussen
schoorvoetend naar het kleine mannetje gelopen. "B-B-Blieft meneer
soms een kopje koffie?" Het mannetje schuift de grote hoed ietwat
omhoog en kijkt dan met schichtige ogen in het rond. "Eh, koffie zeg
je? Ja, ja, doe maar," klinkt het zachtjes. Manuel kan de man amper
verstaan. De schildersploeg zit met de steiger vastgeklemd achter het
biljart. Met veel gevloek proberen ze het gevaarte uit alle macht los
te trekken. "Ach kerelties, lukt ut niet?" klinkt het uit de mond van
een van de vrouwen van de schoonmaakploeg. "Jullie motten meer spek
eten hoor jongens!" Lachend duwt ze de drie schilders aan de kant.
"Kom op meisies, effe sjouwe." Met schijnbaar groot gemak tillen de
schoonmaaksters de steiger over het biljart. Een pot verf klettert op
de grond en het deksel springt er af. De stroperige massa veroorzaakt
binnen enkele seconden een enorme witte vlek op de vloer. Op dat
moment stappen Nienke en Elsbeth weer naar binnen. Gelijk staan ze tot
hun enkels in de verf. Elsbeth grijpt wild om haar heen in een poging
om overeind te blijven. In haar vaart neemt ze Nienke en de snel
aanstormende Jaap met zich mee. Als drie gesneuvelde sneeuwpoppen
liggen ze languit in de verf. Even is het muisstil in het café, dan
barst het gelach los. Hilariteit alom. Alle aanwezigen proberen de
drie besmeurde slachtoffers te helpen. De verfvlek wordt al snel
groter. Witte schoenafdrukken sieren nu bijna de hele vloer. Alleen
het kleine mannetje zit nog stilletjes aan tafel. Hij lijkt niets op
te vangen van het heftige rumoer.
Een grote vrachtwagen is ondertussen strak voor het café geparkeerd.
Twee forse knapen van Spijkerman Verhuurbedrijf stappen naar binnen.
"Hé Japie, hier zijn we met de stoelen en tafels. Zullen we die ouwe
troep dan maar gelijk omruilen?" Ploeterend en druipend van de verf
komt Jaap naar ze toe. "Stoelen? Tafels? Hoedaso?" klinkt het uit de
amper herkenbare kroegbaas. "Nou, Bengel belde ons. Wij moesten direct
komen om het mooiste spul hier neer te zetten. Voor één daggie. We
hebben ook nog mooie tafelkleedjes meegenomen!" Met treurige ogen
kijkt de sneeuwpop naar Bengel. "Bengel? Alwéér?" is het enige dat hij
weet uit te brengen.
Het lijkt alsof Manuel nu de enige is die het hoofd koel houdt. Op een
klein handgebaar van de man met de hoed sprint hij naar hem toe. "U
wenst, meneer?" Het mannetje wijst met een vinger naar de menulijst.
"Een klein hapje graag, wat broodjes of zo. Mét een glaasje melk."
Manuel springt bijna in het gelid. "Komt voor elkaar, meneer. Onze kok
is de beste van héél Meppel." Alsof z'n leven er van af hangt vliegt
hij met een grote boog om de verftroep en verdwijnt in de keuken.
"Daniëlle, snel! De inspecteur is er en hij wil wat eten. Een klein
hapje. Snel, maak iets heel lekkers!"
In het café ondertussen is het een nóg grotere bende geworden. De
Spijkermanboys slepen alle tafels en stoelen met grof geweld naar
buiten. In de drukte verschijnt het opgewekte gezicht van Willem
Spans. "Hallo grappenmakers. Hier is'tie dan, de grootste artiest
aller tijden! Ik kom effe wat sfeer brengen." Jaap rent naar hem toe.
"Nee Willem, nou niet! 't Loopt hier volledig uit de klauwen." Willem
kijkt met verwondering naar de chaos in het café. "Ja ja, Japie, hier
kun je wel wat vrolijke muziek gebruiken." Zonder verder ook maar
enige aandacht aan de sputterende Jaap te besteden, begint Spansman
allerlei apparatuur naar binnen te sjouwen. De Spijkermannen helpen
hem een handje. Grote geluidsboxen worden naast de bar geparkeerd.
"Mijn orgeltje draag ikzelf," hijgt Willem. De blonde dame aan de bar
kan nog net op tijd bukken wanneer een Spijkerboy een bos snoeren naar
binnen kwakt. "Zo, dat scheelde niet veel," zegt de geschrokken dame
tegen Bengel. "Maar eh, als je nu even een momentje hebt. Ik wil óók
graag wat eten." Bengel hoort of ziet haar niet want de volgende
ingehuurde artiest rijdt naar binnen. "Hé Bengeltje, ben ik op tijd?"
In vol ornaat, dus in Superwillem outfit, komt Willem Wever aankarren.
"Zeg het maar jong, waar zit die inspecteur?" Bengel wijst met een
hoofdknik naar het tafeltje bij het raam. "Issie dat?" vraagt Willem.
Zonder een antwoord af te wachten rolt hij richting de man met de
hoed. Vlak voor het tafeltje gaat hij volop in de remmen. Zonder de
man direct aan te spreken begint hij luidkeels te roepen: "Hallo
hallo, ik ben Willem Wever. Ik ben hier vaste gast. Kijk mij hier eens
leuk rollen. Alle ruimte!" Met stomme verbazing kijkt iedereen
richting Willem die nu als een bezetene door het café sjeest. "Wat een
rolstoelvriendelijke horecagelegenheid is het hier toch! Dat vind je
nergens anders in Meppel."
De deur van de keuken zwiept open. Op haar Paasbest, dus mét hoge
koksmuts, komt Daniëlle naar binnen. In haar handen een grote schaal
dampende pannenkoeken. Rechtstreeks stapt ze naar de man bij het raam.
"Meneer, het is mij een eer u te mogen bedienen. Als chef-kok heb ik
alle registers open getrokken, speciaal voor u." Het kleine manneke
kijkt verschrikt naar de enorme stapel pannenkoeken. "M-maar, dat heb
ik niet besteld hoor," klinkt het verontschuldigend. "Ik wou alleen
maar een paar boterhammen en een glaasje melk." Daniëlle is inmiddels
weer richting keuken vertrokken.
De blonde dame doet een poging om veilig van de barkruk te komen. Het
valt haar niet mee om heelhuids langs alle muziekattributen en op
elkaar gestapelde tafels te komen. "Ik ga weg hoor," zegt ze tegen
Bengel. "Ik heb het hier wel gezien. Ik ga nú mijn rapport schrijven."
Stom verbaasd kijkt Bengel naar de jongedame die het café in grote
haast verlaat. Nog steeds heftig nadruipend van het verfbad komt Jaap
aanglibberen. "Wat hoorde ik? Rapport schrijven? Wie was dat mens?"
Met uitpuilende ogen kijkt Bengel van Jaap naar de man bij het raam. "Eh
ja, dat hoorde ik ook! Dan was dát de inspecteur! Maar wie is dan die
man?"
|
|
|
"Bent u misschien de eigenaar van dit bijzondere
etablissement?" De man met de zwarte hoed kijkt vragend naar Bengel.
Op de tafel staat de stapel pannenkoeken nog onaangeroerd. "Wie ik?"
Bengel kijkt eens rond en beziet de absolute chaos in het café. "Nee,
nee! Ikke, ik werk hier alleen maar hoor. Hier eh, hier ben ik niet
verantwoordelijk voor." De man haalt een stapeltje papieren uit z'n
jasje en begint te bladeren. "U bent dus niet Jacobus de Boer?" Met
snelle passen vliegt Bengel richting Jaap die nog steeds heftige
pogingen doet om zichzelf te ontdoen van de witte verf. "Jaap, die man
vraagt naar jou. Hij wil je spreken." Bengel grijpt een vaatdoek en
begint nadrukkelijk Jaap z'n hoofd te poetsen. "Daar zat nog wat verf.
Enne, heet jij trouwens Jacobus?" Verschrikt duwt Jaap de vaatdoek
weg. "Mij? Wil dat manneke mij spreken? Wie is dat dan, wat móet 'ie?"
Zonder antwoord te geven is Bengel al vertrokken.
"Dag meneer. Ik ben Jaap de Boer. U vroeg naar mij?" De man schuift de
pannenkoeken opzij en vraagt Jaap te gaan zitten. "Dit is hoogst
vertrouwelijk," begint de man zachtjes. "U bent toch de eigenaar van
deze lokaliteit?" Jaap schuift ongemakkelijk heen en weer op z'n
stoel. "Jazeker, dat klopt." De man wijst naar zijn papieren en tikt
met een vinger op het stapeltje. "Meneer De Boer. Mijn naam is Van
Euteren, Leo van voren. Ik ben hoofd veiligheidsdienst, in dienst van
Hare Majesteit." Jaap schudt zijn hoofd. "Wat zegt u nu allemaal?" De
man gaat direct verder: "Zoals u weet zal de Koninklijke Familie op 30
april aanstaande de plaats Meppel bezoeken. Koninginnedag weet u wel?"
Het duizelt Jaap nu helemaal. Al de vreselijke toestanden van die
morgen zijn hem duidelijk aan te zien. "Ik snap niet helemaal wat u
bedoelt," stamelt Jaap. "Wat heeft dat nu met mijn bedrijf te maken,
of wat daarvan over is althans." Met weemoedige blik kijkt hij naar
wat eens een mooi café was. Zijn ogen worden vochtig. "Zestien jaar
meneer. Zestien jaren arbeid zitten hierin. Zestien jaren van mijn
leven! En kijk nú eens, het lijkt wel een sloperij! Ooit een prachtig
horecabedrijf. Is 't niet droevig?" Kort neemt de man de situatie op.
"Geen probleem lijkt me, ik heb erger gezien." Nu is Jaap helemaal van
de kaart. "Erger, érger? Dat kán niet! Moet je nou toch us kijken… een
zwijnenstal. Dát is het!" Zonder verder naar de krijsende Jaap te
luisteren, gaat de man verder. "Luister meneer De Boer. De situatie is
heel simpel. Uw bedrijf ligt precies aan de geplande route op
Koninginnedag." Met open mond kijkt Jaap de man nu aan. "En meneer De
Boer, om veiligheidsredenen vorderen wij altijd een locatie voor het
geval dat." Nu is Jaap onthutst. "Vorderen? Bent u gek geworden of
zo?" Weer tikt de man op zijn papieren. "Zo is het nu eenmaal. Stel
dat onze Koningin een plasje moet doen. Dat kan gebeuren nietwaar?
Wel, dát is de reden." Jaap z'n mond hangt weer open. "U hebt dus nog
even tijd om uw bedrijf weer kantje lefantje te maken, meneer De Boer.
En doet u nu uw mond dicht, dit staat zo slordig!" De mond klapt dicht
maar gaat gelijk weer open. "Mijn bedrijf? Herberg 't Plein? Toilet
voor de Koningin? Da's mooi man!" Vol trots beginnen Jaap z'n ogen te
glimmen. "Dan wordt het dus ook Koninklijke Herberg 't Plein hè?" De
man staat op en plechtig klinkt het: "Meneer De Boer… u dient het
Koningshuis!" Op dat moment barst er een hels kabaal los. Het is
Willem Spans die achter zijn orgeltje is geschoven. "Wil-hel-mus va-an
Na-a-souwe…" Uit volle borst begint hij het volkslied te zingen.
Meneer Van Euteren springt in de houding. De schildersploeg, de
schoonmaaksters, de Spijkermannen, iedereen begint mee te brullen.
"…ben ik van Mep-pe-ler bloed." Van Euteren grijpt naar de kapstok en
pakt zijn jas. "O ja, voor ik het vergeet. Straks krijgt u nóg meer
bezoek. Speciaal bezoek. U dient het Koningshuis! Vergeet dat niet!"
Met gierende banden stoppen drie grote zwarte auto's pal voor de
ingang van het café. Acht flink uit de kluiten gewassen mannen
springen uit de auto's. Allemaal dragen ze een zwart pak en een
donkere zonnebril. Vier mannen stormen achter elkaar naar binnen. De
rest blijft buiten staan, zij aan zij, pal voor de ingang.
Voorzichtig gaat een deur van de middelste auto open. Een blonde en
zeer opzichtig geklede jongeman stapt naar buiten, gevolgd door een
eveneens blond meisje. Ze heeft duidelijk problemen met haar hoge
hakken en korte rokje. "Lexie schatju, help mijn nu eefun…"
|
|
|
"Hoi piepeloi," klinkt het vrolijk. "Is dit het beroemde café van Japio?"
Met een stralende lach stapt de jongeman naar binnen. Een fel oranje
T-shirt en een met bloemetjes bezette wijde broek hangen slobberig om
zijn lichaam. "U bent Japio?" De onthutste Jaap kijkt van de
mannen met zonnebrillen naar de jongeman. "Eh ja, ik ben Japio. Zeg
maar Jaap," stamelt hij zacht. De blonde boy gaat verder: "Ik ben Ari
en dit is mijn verloofde Ma… Minie," klinkt het luid. Al strompelend
komt het meisje naar binnen. De zonnebrillen volgen op korte afstand.
"Hé, dat zijn toch Willem Alexander en Máxima?" gilt Nienke met
overslaande stem. Van opperste verrukking springt ze een van de
schilders om de nek. De verbaasde man begint gelijk stompzinnig te
grijnzen. Zoveel aandacht heeft hij waarschijnlijk nog nooit gehad.
"Eh
Jaap," gaat de jongeman nu fluisterend verder, "wij zijn hier
eigenlijk incognito, mijn meisie en ik. Morgen gaan we trouwen en we
willen nog een beetje feest vieren. Een vrijgezellenfeestje zeg maar,
nu het nog kan." Jaap kijkt met een gezicht vol ongeloof. "Maar jullie
zitten vandaag toch in de Arena? Het grote feest met al die
genodigden?" W.A. lacht nu met een brede grijns. "Ben je gek man, dat
dénken ze. Stand-ins joh, de perfecte oplossing!" Voordat Jaap verder
ook maar een woord kan uitbrengen, begint Willem Spans weer te zingen:
"Ma-xi-ma va-an Na-a-souwe ben ik van Ar-gen-tijns bloed." Binnen
enkele tellen is de hele zaak in rep en roer. Iedereen schreeuwt naar
elkaar of staat te juichen. Spansman gaat onverstoord verder. Zijn
orgeltje is amper meer hoorbaar, zo'n overweldigend kabaal is het in
't café. "Kijk, dáár zijn we nu voor gekomen. Dit is pas lol!"
probeert W.A. boven het lawaai uit te komen. "Beste Jaap, jouw roem is
je vér vooruit gegaan!" Bengel springt naar voren. "Hoge Haarheid, eh…
Hare Hoogheid, mag ik u beiden iets aanbieden? Een Oranjebittertje
misschien?" Met stralende ogen kijkt W.A. naar Bengel. "Ben je gek
man! Ik zit niet voor niets in 't Waterbeheer. Doe mij maar zo'n gele
ridder. Een groot glas graag. En doe Max maar een stevig wijntje."
Terwijl hij Bengel in z'n ribben port, fluistert hij nog: "Temperament
man, dat hebben al die zuidelijke wijfies…"
De dames van de schoonmaakploeg stappen resoluut op de
beveiligingsmannen af. "Hé knapies, zullen wij ook eens plezier
maken?" Het duurt niet lang of alle aanwezigen zijn druk aan het
feesten. Spansman zingt zich de longen uit zijn lijf. In opperbeste
stemming staat Jaap fluitend achter de bar. De tap blijft maar
stromen. "Wat een feest, wat een féést!"
Máxima heeft haar schoenen uitgegooid. Als een jong veulen rent ze met
blote voeten door het café. "Zalieg, zálieg meneew De Boew," schreeuwt
ze richting Jaap. "Et ies lange tijd geleden dat iek zo'n mooi feestju
heb gehad." W.A. begint op dat moment een polonaise. "Inhaken
allemaal. Hup, de beentjes van de vloer!" De dames van de
schoonmaakploeg grijpen naar de zwartpakken. "Kom mee, lópen jullie!"
De lange sliert feestgangers verplaatst zich al hossend door het café.
"U mag wel blij zijn met zo weinieg tafels meneew De Boew," jubelt
Máxima terwijl ze inhaakt. "Ook zo'n apawte inwichting hiew." Als een
boer met kiespijn knikt Jaap naar het huppelende meiske. "Je moest us
weten," klinkt het zacht.
Bij het nog enige tafeltje aan het raam is Superwillem aangeschoven.
Als een uitgehongerde leeuw heeft hij zich op de stapel pannenkoeken
geworpen. "Toch zonde om ze hier te laten liggen," klinkt het uit zijn
volle mond. "Daniëlle heeft er echt wat moois van gemaakt!"
De feestende meute heeft inmiddels een grote kring gemaakt. In het
midden staan W.A. en Máxima. "Nee gekkie, niet zo stijf met die
heupies. Kom, sal iek jouw die Tango lewen." Spansman gaat er extra
goed voor zitten. "Tango, Tango? Hoe ging die ook alweer?" Na wat
gepingel zijn de klanken opeens herkenbaar. Het pom-póm-pom-pom
schettert door de ruimte. "Kom op Lexie, dwaaien met die heupies…"
Enkele hete uurtjes later zit of hangt iedereen uitgeput op de grond.
"Beste Jaap kerel, dit was me het feest wel," zegt W.A. met het zweet
duimendik op het voorhoofd. "Hartstikke bedankt jong. Hier kan ik nog
jaren op teren!" Máxima kruipt naar haar verloofde. Haar lange haren
hangen in slierten rond het gezicht. "Hé Lexie, moeten wij écht weg?
Het is hiew net zo gezellieg." W.A. tilt haar op. "Jep, we moeten
gaan. Morgen hebben we nog een zware dag. De hele familie verwacht ons
dan, weet je wel?"
Bij de deur nemen ze afscheid. "Enne, vanavond heb ik nóg een
feestje," knipoogt W.A. tegen Bengel. "Temperament man, dat hebben al
die zuidelijke wijfies…"
Wanneer de auto's vertrokken zijn kijkt Jaap nog eens voldaan door
zijn café. De meeste feestvierders zijn nu ook verdwenen. Iedereen is
uitgeput naar huis. "Koninklijke Herberg 't Plein… klinkt niet gek!"
|
|
|
Met een gelukzalig gezicht zit Jaap aan het hoofd van
de tafel. Een forse glimlacht reikt van oor tot oor. "Jullie hebben
mij gezien hè, met de trouwerij? Ik was er bij hoor, toen met de
balkonscène. Tjonge wat een toestand zeg." Met gefronste blik kijkt
Bengel naar zijn baas. "Hoezo was jij er bij. Wou jij beweren dat je
dáár was, op dat balkon?" "Zeker, zeker," zegt Jaap, "ik kwam als
eerste naar buiten maar dook gelijk weg achter de bloemen. We hadden
afgesproken dat ik het seintje zou geven voor die eerste kus!" De
frons op het gezicht van Bengel heeft plaats gemaakt voor ongeloof.
"Jongens," gaat Jaap verder, effekes terug naar de realiteit. Ik ben
blij dat jullie er allemaal zijn. Nou ja, bijna allemaal. Ik mis
alleen Pieter nog. Weet iemand waar die snuiter nu weer uithangt?"
Geen van de aanwezige Pleinwerkers geeft antwoord. Allemaal kijken ze
vol verwachting naar Jaap. Zijn gezicht is nog steeds een en al
glimlach. "Jongens, het is tof geweest, beestachtig goed zelfs. Het
bezoekje van W.A en Máxima aan 't Plein is de beste promotie geweest
die maar denkbaar is." Iedereen knikt, behalve Petra. Zij kucht een
keer zachtjes. "Tóch ben ik blij dat het weer een beetje normaal is
hoor," zegt ze, "alles weer als vanouds hè?" Ze kijkt om haar heen. De
oude tafels en stoelen staan weer op hun vertrouwde plaats. Zelfs de
tafelkleedjes zijn terug. Hier en daar zijn nog enkele sporen van het
feest te zien. De schoonmaakspulletjes van de damesploeg staan
nonchalant in een hoekje en aan het plafond zijn nog wat klonters
witte verf zichtbaar. "Maar we hebben nu wél een titel!" Zonder ook
maar enige aandacht aan zijn vrouw te schenken praat Jaap opgewekt
door. "Koninklijke Herberg, da's toch fantastisch! En met
Koninginnedag gaan we nog een stapje vérder. Dan maken we alles
oranje! Van voor tot achter en van boven naar beneden." Petra trekt
een zuur gezicht. "Niet weer al die ellende hè? En waarom alles
oranje? Alleen maar voor dat koninklijke plashoekje? Dat levert toch
niks op!" Nu is het Jaap die een zuur gezicht trekt. "Mens! Wat zéur
je nu toch. Tuurlijk levert dat wat op. Dertig april zijn we gewoon
open, voor de koningin en voor iedereen. Ik hou de achterdeur wel vrij
voor het geval dát… Ik hang er zelfs een kroontje boven. De
Koninklijke Entree." Petra kijkt verontrust. Tegen zoveel
onbenulligheid kan ze niet op. "En weet je wat?" Jaap lijkt nu
helemaal door te draaien in zijn enthousiasme. "We schaffen ons zelfs
nieuwe bedrijfskleding aan, helemaal oranje!" Nu is het Bengel die
verontrust kijkt. "Ben je gek man? Oranje bedrijfskleding? Dat doe ik
niet. Ik ben geen clown of zo!" Jarrisch begint te lachen. "Pas maar
op. Straks schenken we ook nog Oranjebier…" Elsbeth port Nienke in
haar zij. "Ja, en serveren we Oranjetompoucen enne
Oranjebitterballen…"
De telefoon onderbreekt haar. Petra loopt naar
het apparaat en neemt op. Terwijl ze naar de stem aan de andere kant
van de lijn luistert, betrekt haar gezicht. "Oh? Echt waar?" horen ze
haar stamelen, "maar dat kán toch niet, zoveel hebben we …" Einde
gesprek. Met een bleek gezicht kijkt ze naar Jaap. "Wat is er aan de
hand liefie? Wat was dat?" Jaap loopt snel naar zijn Petra die nu op
haar benen lijkt te zwabberen. "Eh… dat was de boekhouder," zegt ze
zachtjes, "hij vroeg of we soms de loterij hebben gewonnen." Vol
onbegrip staart Jaap naar Petra. "Loterij? Hoe komt 'ie dáár nu bij."
Het gezicht van Petra is nog even bleek. "Nou, hij heeft een hele
stapel rekeningen gekregen. Van de slager, het schildersbedrijf, het
verhuurbedrijf, het schoonmaakbedrijf, Spansman enne… wel zesduizend
euro samen." Haar stem slaat nu bijna over. "Hóór je wel Jacobus de
Boer? Zes-dui-zend euro! Alsof je een vat leeg giet!" Jaap grijpt naar
het weinige haar dat z'n hoofd siert. "Is het echt? Zoveel geld?"
Bengel die de verhitte conversatie heeft aangehoord, begint nu
onrustig op z'n stoel te schuiven. "Ikke, ik denk dat ik maar naar
huis ga. Mijn dienst zit erop..." Jaap staat nu als een dolleman met
zijn armen te zwaaien. Zijn ogen lijken vuur te spuwen. "Niks ervan.
Jij blijft hier! Jij bent degene die me dit geflikt hebt. Ik zal je…"
Op dat moment gaat de deur open. Een liefelijk stemmetje klinkt
zangerig door het café: "Morgen ben ik de bruid… mórgen ben ik de
bruid." Met stomme verbazing kijkt iedereen naar het meiske dat naar
binnen komt schrijden. "Dag luitjes. Hoe vinden jullie mijn imitatie
van Máxima?"
|
 |
|